Mobiliteitsbudget

Verkeershart op de leien in Antwerpen

WAT?

De federale regering besliste vlak voor het zomerreces van 2017 om het mobiliteitsbudget in te voeren onder de vorm van ‘cash for car’. Het mobiliteitsbudget wil twee doelstellingen bereiken. Enerzijds een volwaardig alternatief bieden voor een fiscaal aantrekkelijke bedrijfswagen. Anderzijds het aantal salariswagens afbouwen door ze op aantrekkelijke wijze in te ruilen voor een geldbedrag. De overheid hoopt daarmee een positief effect te bereiken op de mobiliteit en het milieu.

VOOR WIE?

Eenvoudig gesteld kan een werknemer (geen bedrijfsleiders: die zijn voorlopig uitgesloten van deze maatregel) die minstens 12 maanden met een bedrijfswagen rijdt, het voertuig ruilen voor cash. Om het exacte bedrag te bepalen wordt een complexe berekening gebruikt die voor de bepaling van het mobiliteitsbudget zelf rekening houdt met de cataloguswaarde van het ingeruilde voertuig, de eigen bijdrage van de werknemer en het al dan niet beschikken over een tankkaart. Voor werknemers zonder bedrijfswagen is er geen mobiliteitsbudget.

KOSTPRIJS WERKNEMERS

De bepaling van de belastbare basis van het mobiliteitsbudget is een afspiegeling van het belastbare voordeel van alle aard van de wagen die wordt ingeruild. En houdt bijgevolg rekening met de cataloguswaarde, CO2-coëfficiënt en ouderdom van de wagen.

De ‘cash’ wordt aanzien als loon en mag dus voor alle doeleinden gebruikt worden (dus niet noodzakelijk om alternatieve woon-werkverplaatsingen te financieren).

KOSTPRIJS WERKGEVERS

  • Voorwaarde voor het invoeren van het mobiliteitsbudget, was de budgetneutraliteit voor overheid, werknemers en werkgevers. Op het eerste zicht lijkt dat zo, maar de praktijk is wellicht anders.
  • – Het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de cataloguswaarde van het voertuig en niet op basis van de leasekosten. De berekening gaat voorbij aan fleetkortingen waar bedrijven beroep kunnen op doen.
  • – De aftrekbaarheid van de solidariteitsbijdrage vermindert ook. Voor bedrijfswagens is deze voor 100% aftrekbaar, maar de bijdrage die verschuldigd zal zijn op het mobiliteitsbudget zou slechts voor 75% aftrekbaar zijn.
  • – De aftrekbaarheid van autokosten (andere dan brandstofkosten) varieert van 50% voor de meest vervuilende wagens tot 100% (en voor elektrische voertuigen zelfs 120%). Bij uitkering van het mobiliteitsbudget evolueert deze aftrek stelselmatig naar 75%. Het toepassen van het mobiliteitsbudget voor wagens met geringe uitstoot komt dus op termijn wat duurder uit voor de werkgever.

VOORDELEN WERKGEVERS

  • Als ondernemer bent u niet verplicht om het mobiliteitsbudget in te voeren. Kiest u ervoor, kan u het selectief invoeren. Werknemers (vb. vertegenwoordigers) die hun voertuig voor het werk dagelijks nodig hebben, kan u buiten de regeling laten zodat u bijvoorbeeld niet hoeft te voorzien in een vloot poolwagens. Ook de werknemer is niet verplicht om in te gaan op de mogelijkheid om zijn voertuig in te wisselen voor cash.

STAND VAN ZAKEN

De federale overheid wil op 1 januari 2018 van start gaan met het invoeren van het mobiliteitsbudget. Daarvoor zal het eerst nog de toets van de Raad van State moeten doorstaan. Ook de praktische modaliteiten moeten nog worden uitgewerkt.

INITIATIEFNEMERS

Het mobiliteitsbudget is een bevoegdheid van de federale overheid.

OPGEPAST VOOR VERWARRING

Een aantal sociale secretariaten bieden momenteel al een “mobiliteitsbudget” aan als product. Het is een pragmatische aanpak om de geest van een ruimer mobiliteitsbudget nu al toe te passen: een budget dat per werknemer aan diverse vervoersmodi kan worden besteed. Ze maken gebruik van gespecialiseerde fiscale kennis en expertise op het vlak van RSZ-reglementering zodat de toepassing in regel is met alle legale eisen.