Mobiliteitsvergoeding

Verkeershart op de leien in Antwerpen

WAT?

Op 7 mei 2018 is de wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding in het Staatsblad verschenen. Via het systeem van de mobiliteitsvergoeding, ook wel ‘cash for car’ genoemd, kunnen werknemers met een bedrijfswagen die ze ook privé mogen gebruiken, de auto inleveren in ruil voor een extra bedrag in cash. Uiteraard enkel wanneer de werkgever hen daartoe de mogelijkheid biedt.

VOOR WIE?

Eenvoudig gesteld kan een werknemer die minstens 12 maanden met een bedrijfswagen rijdt, het voertuig ruilen voor cash. Om het exacte bedrag van de mobiliteitsvergoeding te bepalen wordt een complexe berekening gebruikt die rekening houdt met de cataloguswaarde van het ingeruilde voertuig, de eigen bijdrage van de werknemer en het al dan niet beschikken over een tankkaart. Voor werknemers zonder bedrijfswagen is er geen mobiliteitsvergoeding.

Lees de meer specifieke modaliteiten in de 15 vragen & antwoorden over de mobiliteitsvergoeding die Voka voor u opstelde.

KOSTPRIJS WERKNEMERS

De mobiliteitsvergoeding is een geldbedrag dat overeenstemt met de waarde (op jaarbasis) van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen.

Lees hoe de waarde van het gebruiksvoordeel wordt vastgesteld in de 15 vragen & antwoorden over de mobiliteitsvergoeding die Voka voor u opstelde.

KOSTPRIJS WERKGEVERS

  • Hier vindt u alle info over de nieuwe regeling aan de hand van enkele vaak gestelde vragen.

VOORDELEN WERKGEVERS

  • Als ondernemer bent u niet verplicht om de mobiliteitsvergoeding in te voeren. Kiest u ervoor, kan u het selectief invoeren. Werknemers (vb. vertegenwoordigers) die hun voertuig voor het werk dagelijks nodig hebben, kan u buiten de regeling laten zodat u bijvoorbeeld niet hoeft te voorzien in een vloot poolwagens. Ook de werknemer is niet verplicht om in te gaan op de mogelijkheid om zijn voertuig in te wisselen voor cash.

INITIATIEFNEMERS

De mobiliteitsvergoeding is een bevoegdheid van de federale overheid.

OPGEPAST VOOR VERWARRING

Er wordt ook nog gewerkt aan een volwaardig mobiliteitsbudget door de federale overheid. Het principe is dat een werknemer jaarlijks een bepaalde som krijgt om verplaatsingen te bekostigen en zelf kiest hoe dat geld wordt gespendeerd. Dat budget komt overeen met het bedrag dat mag worden besteed aan een bedrijfswagen. Het wetgevend werk is nog aan de gang.

Een aantal sociale secretariaten bieden momenteel ook al een “mobiliteitsbudget” aan als product. Het is een pragmatische aanpak om de geest van een ruimer mobiliteitsbudget nu al toe te passen: een budget dat per werknemer aan diverse vervoersmodi kan worden besteed. Ze maken gebruik van gespecialiseerde fiscale kennis en expertise op het vlak van RSZ-reglementering zodat de toepassing in regel is met alle legale eisen.